Starters driegen buiten de woningmarkt te worden gedreven

'Uitsluiting woningmarkt dreigt voor meerdere doelgroepen'

'In een gezonde woningmarkt is voor iedereen een verantwoorde kans om zijn of haar woonwensen te realiseren. Maar juist hier ligt op dit moment het gevaar van uitsluiting op de loer voor meerdere doelgroepen'. Dat schrijft Dylan Dresens, directeur Beleid en Ontwikkeling Waarborgfonds Eigen Woningen, in een column voor InFinance.

'Een gezonde woningmarkt heeft ruimte nodig voor instroom, doorstroom en investeringen in woningverbetering. En dat staat nu onder druk. Hoog tijd dus voor verantwoorde ruimte, zonder dat we weer doorslaan naar onverantwoorde financieringsvormen.' Volgens Dresens is er in een gezonde woningmarkt voor iedereen een verantwoorde kans om zijn of haar woonwensen te realiseren. Maar juist hier ligt op dit moment het gevaar van uitsluiting op de loer voor meerdere doelgroepen, schrijft hij.

Drie belangrijkste doelgroepen

De vier belangrijkste doelgroepen die volgens Dresens dit jaar een plek in de spotlights verdienen zijn:

Starters

“De jongere starters komen, door aangescherpte regelgeving en de vaak nog striktere toepassing daarvan, hoge drempels tegen bij het financieren van een eigen woning. Voor hen is er bovendien geen alternatief in de vorm van een betaalbare huurwoning. Dat maakt de noodzaak deze problematiek aan te pakken alleen maar groter. Deze groep moeten we meer – maar verantwoorde! – ruimte bieden voor de financiering van een eigen woning. Bovendien draagt dit bij aan instroom en daarmee een gezonde woningmarkt.”

Ouderen

“Wij zien een groter wordende groep ouderen die langer in hun eigen woning wil en moet blijven wonen. Ouderen met een lager inkomen (AOW en klein pensioen) lopen hierbij tegen problemen aan: hun vermogen zit in stenen en het inkomen is te laag. Als markt en maatschappij móeten we hier een oplossing voor bieden in 2017.”

Flexwerkers en zelfstandigen

Een groeiend aandeel van de beroepsbevolking is flexwerker of zelfstandige zonder personeel (zzp’er). In 2016 ging het om ruim 1 op de drie werkenden. In 2003 was dat nog minder dan een kwart. Er vindt een verschuiving plaats van werken in vaste dienst naar flexibel werken. Het aantal flexwerkers neemt toe en het aantal mensen met een vaste baan krimpt. Economische ontwikkelingen hebben hooguit invloed op het tempo van de toename en het type flexwerk dat toeneemt.

“De flexibilisering van de arbeidsmarkt gaat gepaard met forse uitdagingen. Flexwerkers of zelfstandigen hebben dezelfde woonwensen als mensen met een vast dienstverband. Het WEW is van mening dat eigenwoningbezit niet moet afhangen van de contractvorm waaronder iemand werkt. Als markt moeten we anders kijken naar bestendig inkomen en het arbeidsperspectief. De eerste initiatieven lopen al, maar dit jaar moeten we hierop versneld doorpakken.”

Bron: InFinance