Tiny house, een verplaatsbare woonoplossing

‘Grote behoefte aan tijdelijke en verplaatsbare woonoplossingen’

Waar bouwers staan te popelen om tijdelijke en verplaatsbare woonoplossingen aan te bieden, zijn gemeenten en corporaties nog niet zo ver. En dat terwijl de behoefte aan tijdelijke woningen veel groter is dan verwacht. Dat zegt Platform Opnieuw Thuis in ‘manifest voor de spoedzoeker’; een oproep voor een flexibele woningmarkt.

Het platform onderzocht de laatste 2,5 jaar of de huisvesting van vluchtelingen met een verblijfsstatus goed verliep. Tijdens de rit kwam de groep erachter dat er veel meer mensen op zoek zijn naar flexibele woonoplossingen, omdat ze bijvoorbeeld een tussentijds vangnet nodig hebben of een behoefte hebben aan een voorlopige opstap op de woningmarkt.

Nieuw woonsegment

Opnieuw Thuis deed samen met  de VNG, Aedes en de G32 een oproep aan gemeenten, woningcorporaties en het Rijk om “gezamenlijk werk te maken van het creëren van een voorraad tijdelijke woningen voor iedereen die snel een huis zoekt”. Volgens hen moet er een nieuw woonsegment komen, die aanvullend is op de bestaande koopmarkt, de sociale en vrijesector huur.

Naar schatting is 10 procent van de Nederlandse bevolking op zoek naar snel toegankelijke en betaalbare woonruimte. Het gaat bijvoorbeeld om mensen die wachten op een koopwoning, die in scheiding liggen of te maken hebben met huiselijk geweld. Ook zzp’ers met een tijdelijke baan of starters die op zichzelf willen gaan wonen, kunnen op zoek zijn naar een tijdelijk woonplekje.

Volgens het platform gaat het jaarlijks om onder andere 400.000 arbeidsmigranten, 35.000 mensen in scheiding en 30.000 dak- en thuislozen. “De 40.000 vergunninghouders (in 2016) vormen daarbinnen een bescheiden groep”, zegt Marco Florijn, projectleider van Platform Opnieuw Thuis. “Als je boven de doelgroep uitstijgt, blijkt dat er een veel groter probleem op de woningmarkt bestaat.”

Flexwoners

Volgens Florijn moet 10 procent van de sociale woningmarkt ingericht worden voor de flexwoner. Dat moet niet ten koste gaan van de huidige woningvoorraad, maar aanvullend op het huidige bezit gebouwd worden. Denk bijvoorbeeld aan omgebouwde zorgflats en tijdelijke woningen, zoals tiny houses, op braakliggende terreinen.

De gemeenten Eindhoven (Genderhof), Groningen, Utrecht (Archimedeslaan) en Amsterdam (Startblok Riekerhaven) zijn volgens Florijn al vergevorderd met het creëren van een flexibel woonsegment. “Ongeveer een kwart van de gemeenten heeft het creëren van tijdelijke woningen opgenomen in de prestatieafspraken met corporaties en marktpartijen”, schat Florijn. Hij is daar nog niet tevreden over. “Dat percentage moet eigenlijk naar 100 procent.”

Bouwers die zich manifesteren zijn onder andere Dura Vermeer, VolkerWessels en Heijmans. ”Het zijn niet alleen de grote bouwers”, merkt Florijn. Ook “heel veel” kleinere partijen als Finch Buildings en Think Wonen melden zich aan het front.

Onrust weghalen

Het platform wil dat gemeenten hun aandacht van vergunningshouders verbreden naar andere mensen met een behoefte aan tijdelijke en betaalbare woonoplossingen.

Het creëren van een tijdelijke woningmarkt is ook goed voor het maatschappelijk draagvlak bij het huisvesten van vergunningshouders, vindt Florijn. “Nu hoor je mensen soms klagen: die vluchtelingen krijgen zo een huis, terwijl mijn dochter nog op de wachtlijst staat.” Door een groter woningaanbod te creëren, haal je die onrust weg.

Tussen de oren

Terwijl veel bouwers staan te popelen om tijdelijke woningen te leveren, zit de grootste blokkade om die tijdelijke woningmarkt structureel op te tuigen “tussen de oren bij bestuurders”, signaleert Florijn. Zowel bij gemeenten als bij corporaties. “De perceptie bij bestuurders is: dat mag toch niet? Dat kan toch niet? Maar er is meer mogelijk dan ze denken.” Stapelbare en verplaatsbare woningen op braakliggende terreinen. Woningen die na tien jaar weer verhuizen naar de andere kant van het land. Omgebouwde zorgflats. U roept, de bouwers draaien.

Kosten

“In Lansingerland is een groot zorgpand met een paar kleine gemakkelijke aanpassingen geschikt gemaakt voor tijdelijke woningen”, weet Florijn. “Dat hoeft niet te gebeuren tegen mega-kosten.”

Soms verzorgen marktpartijen het aanbod van flexwoningen, als corporaties “het niet meer kunnen”, lees: te weinig geld hebben. In de provincie hebben 16 gemeenten (de U16) goede ervaringen met bouwers die betaalbare woonoplossingen bedenken en leveren.

Wat kosten de flexwoningen? luidt de Nederlandse vraag. “Dat varieert van 40.000 tot 80.000 euro per unit”, zegt Florijn. “Waarbij je bij 80.000 euro iets krijgt met een houdbaarheid van veertig jaar. Dat is dus een business case waarbij je het goed kan terugverdienen.”

Verrassend

De woonoplossingen zijn soms verrassend. Florijn vertelt over het project nieuwe buren, nieuwe erven. “Dan gaat men op zoek naar een boer, en komen er units op zijn erf. Dat gebeurt in Groningen. De mensen die er wonen verbouwen zelf hun eten.”

Ook zijn er bruikbare, betaalbare woonoplossingen uit de prijsvraag A home away from home van het  Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) en Rijksbouwmeester Floris Alkemade voortgekomen. Zoals Resettle, een buitenlands concept met nieuwe, voor de bouw vreemde materialen, zoals polystyreen.

Beste flexwoning

De beste flexwoning bestaat volgens Florijn overigens niet. In Zeeland kun je makkelijker en sneller op braakliggend terrein woningen plaatsen dan een kantoor of een zorgpand ombouwen. “Dat laatste kost meer geld en is bovendien soms een gedoe.”

Florijn zegt zeker te weten dat er een grote markt voor flexwoningen bestaat. “Als bouwer moet je een ‘afdeling flex’ hebben. Als je nu als bouwer betaalbare woonoplossingen aan kunt bieden, ben je spekkoper.”

Bron: Cobouw

In Vastgoed magazine 6, de Verhuur Special, een uitgebreid artikel over 'Flexwonen: wens of noodsprong?' Klik hier voor onze abonnementspagina.