Vastgoed Actueel 10 feiten over senioren op de woningmarkt

10 opvallende feiten over senioren op de woningmarkt

Vanaf 2020 komen er in een keer relatief veel ouderen bij: de babyboomers van 1945. In dit artikel de 10 opvallendste feiten uit onderzoek van het Kadaster, toegelicht door woningmarktexpert Paul de Vries. 

Het aantal 75-plussers met een eigen woning verdubbelt tussen nu en 2035. Een groep om rekening mee te houden. Maar: welke woningen verkopen ze eigenlijk en waar staan die? En houden ouderen zich staande in tijden van prijsexplosies? De 10 opvallendste feiten uit onderzoek van het Kadaster, toegelicht door woningmarktexpert Paul de Vries. 

1. Aantal woningen 75-plussers verdubbelt tot 2035

“Er zijn 4,6 miljoen koopwoningen in Nederland. 525.000 daarvan zijn eigendom van 75-plussers. Van alle groepen woningeigenaren neemt het aandeel ouderen het sterkst toe. Tussen 2035 en 2040 hebben 75-plussers samen meer dan 1 miljoen woningen in bezit.” Lees ook: Seniorenmarketing: 'Alle vooroordelen van tafel'

2. Vooral woningen op het platteland en aan de kust

“In de kustgemeenten en de landelijke gemeenten hebben 75-plussers relatief de meeste woningen in bezit. Op Schiermonnikoog is dat aandeel het hoogst: bijna 27%! Het aandeel is het laagst in de Randstad, vooral in de jonge stad Almere. Daar woningen wel de babyboomers, maar niet hun ouders. De komende jaren stijgt juist het aandeel 75-plussers in Almere daarom het sterkst van de 80 grootste steden.”

Lees verder onder de grafiek

3. Vooral oudere, vrijstaande woningen

Senioren bezitten relatief veel vrijstaande woningen. Dit zijn vaak vooroorlogse woningen en jaren ’70 woningen. Ze bezitten bijna geen nieuwe woningen, gebouwd na 2010. Al die woningen komen allemaal op de markt wanneer de eigenaren overlijden. Op dit moment overlijden gemiddeld 100.000 ouderen per jaar; in 2040 zijn dat er 175.000.” Lees ook: Zes tips voor effectieve seniorenmarketing

Bekijk de webinar 'Senioren op de woningmarkt' van woningmarktexpert Paul de Vries en onderzoeker Martin Tillema.

Tekst gaat verder onder de video

 

 

4. Ouderen krijgen bij verkoop de laagste prijs

“De jongste groep verkopers ontvangt gemiddeld het minste voor hun woning. Waarschijnlijk verkopen zij kleinere woningen. De gemiddelde prijs van een verkochte woning van een oudere eigenaar-bewoner ligt lager dan die van andere leeftijdsgroepen. Dit heeft zeer waarschijnlijk te maken met de staat van de woning. Vooral na hun 80ste vinden steeds meer eigenaar-bewoners zelf dat hun woning slecht onderhouden is.”

5.  Ouderen blijven gestaag verkopen en kopen

“De verkopen door ouderen lijken minder gevoelig voor veranderingen in de woningmarkt. Tijdens de crisis bleven juist de ouderen in vergelijkbare mate woningen verkopen en kopen. Dat komt omdat ouderen geen tot weinig last hebben gehad van onzekerheden rondom hun inkomen door ontslag en omdat ze veel overwaarde op hun huis hebben. Ze bezitten een comfortabele financiële buffer.” 

6. Minder behoefte aan verhuizen 

“Rond de 24 procent van de eigenaren onder de 65 wil eventueel binnen 2 jaar verhuizen. Van de 90-plussers is dat slechts een magere 10 procent. Daarbij valt op dat hoe ouder een woningeigenaar is, hoe minder deze een geschikte woning zegt te kunnen vinden als hij wel wil verhuizen.” 

Lees verder onder de grafiek

7. Tot 80 jaar kopen ouderen een andere woning

“Tot rond de 80 jaar, kiest het meerendeel van de eigenaar-bewoners na verhuizing wederom voor een koopwoning. Die voorkeur slaat om na 80 jaar. Van de 80 t/m 84-jarigen kiest bijna 60 procent voor een huurwoning.”

8. Hoe ouder, hoe hoger de woonlasten 

“Of je nou veertiger bent of 75-plusser, het deel van je inkomen dat je als woningeigenaar uitgeeft aan wonen blijft ongeveer hetzelfde. Nu nemen de hypotheeklasten weliswaar af naarmate je ouder wordt, maar de overige lasten nemen relatief toe, vooral de stookkosten. Dat komt omdat we steeds langer thuis blijven wonen, maar ook omdat je het als oudere simpelweg eerder koud hebt. Ook heeft de komende generatie ouderen meer aflossingsvrije hypotheken dan de huidige ouderen. Verder zal de komende generatie te maken krijgen met gasloos wonen, dus met investeringen in hun relatief wat oudere woningen. Dit zou voor stijgende woonlasten kunnen zorgen.”

9. Woningen worden na overlijden later verkocht 

“Van 2009 t/m 2014 stijgt het aantal verkopen na overlijden; daarna daalt dit licht. Misschien houden erfgenamen de woning langer aan vanwege de stijgende woningmarktprijzen; hoe langer je wacht met verkopen, hoe hoger de mogelijk haalbare verkoopprijs.”

10. Ouderen pakken bij verkoop niet volle winst overwaarde

“Woning-eigenaren tussen de 75 en 80 bezitten iets meer dan 200.000 euro aan overwaarde op het moment dat ze willen verhuizen. Hun WOZ-waarde is dus gemiddeld 200.000 euro hoger dan het restant van hun hypotheekschuld. En toch pakken ze niet de volle winst, aangezien juist ouderen hun woning tegen een lagere prijs verkopen dan je kunt vragen als je kijkt naar de prijsontwikkeling. Verkopers onder de 65 maken bijvoorbeeld meer winst dan het Nederlands gemiddelde.”

Lees het volledige onderzoek ‘Ouderen op de koopwoningmarkt’ van het Kadaster.

Bron: Kadaster