Vastgoed Actueel Nieuwbouwplannen

'Bestuurlijke houdgreep versterkt woningnood'

Voorzitter van Bouwend Nederland Maxime Verhagen roept alle overheden op meer werk te maken van concrete bouwplannen door beter samen te werken. Zijn oproep is een reactie op het nieuws van het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB), dat er te weinig concrete bouwplannen zijn om de komende vijf jaar het tekort op de woningmarkt terug te dringen.

EIB: Bouwcapaciteit woningmarkt moet verdubbelen

Om aan de grote vraag naar nieuwe woningen te voldoen, moet de bouwcapaciteit in bestemmingsplannen ongeveer verdubbelen. Er zijn volgens het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) te weinig concrete bouwplannen om de komende vijf jaar het tekort op de woningmarkt terug te dringen.
Volgens het EIB zijn in alle provincies samen op dit moment ruim 300.000 nieuwe woningen in bestemmingsplannen opgenomen voor de periode 2019-2024. Om de ambitie van de Woonagenda te halen, zijn er 450.000 nodig. Rekening houdend met uitval of vertraging, volgens eerder EIB-onderzoek gebeurt dit bij 30 procent van de plannen, concludeert het instituut dat de plancapaciteit moet worden verdubbeld de komende jaren.

Bouwend Nederland maakt zich zorgen dat ook de komende jaren de woningproductie achterblijft bij de vraag. Het EIB concludeert dat juist in gebieden waar veel druk op de woningmarkt is, gemeenten geneigd zijn te kiezen voor complexe bouwlocaties die veel risico’s op jarenlange vertraging kennen. Bij het aanwijzen van bouwlocaties zijn haalbaarheid van plannen, en het op tijd kunnen voldoen aan de woningvraag nog te weinig een punt van aandacht van overheden.

Cijfers spreken voor zich

De cijfers uit het EIB-rapport laten zien dat de productie van nieuwbouwwoningen de afgelopen drie jaar gemiddeld 20% achterbleef op de 75.000 woningen die de Nationale Woonagenda jaarlijks wil opleveren.  Recente cijfers van het CBS over de eerste twee maanden van dit jaar bevestigen dit. Er zijn 27% minder vergunningen voor nieuwbouwwoningen afgegeven, in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar.

“Ook voor de komende jaren lijken er onvoldoende woningen opgeleverd te worden,” zegt Maxime Verhagen, voorzitter van Bouwend Nederland. “In alle provincies tezamen zijn tussen 2019 en 2024 ruim 450.000 woningen nodig. Hiervan kan maar 70% (ruim 300.000 woningen) op korte termijn gerealiseerd worden. In groeigebieden, zoals Zuid-Holland en Utrecht, is dit percentage met 58% nog lager, en dan moet er nergens een kink in de kabel komen. Voor de overige 150.000 woningen geldt dat de grond nog geen woonbestemming heeft. Hiervan is onbekend wanneer en of deze omgezet worden in concrete woningen.”

Bouwend Nederland pleit voor de drie acties om de woningmarkt beter in balans te krijgen.

1. Haalbaarheid van bouwplannen inzichtelijk maken
Als gesproken wordt over bouwplannen, dan wordt geen onderscheid gemaakt in haalbaarheid van deze plannen en de termijn waarbinnen met de bouw kan worden begonnen. Van alle bouwplannen moet daarom aangegeven worden of de grond al een woonbestemming heeft of niet, wat de verwachte en feitelijke voortgang is, welke omgevingsrisico’s er zijn etc. Hierdoor wordt inzichtelijk hoeveel woningen er daadwerkelijk op korte termijn gebouwd kunnen worden.
2.   Betere samenwerking tussen bestuurslagen
Minister Ollongren zette wonen weer actief op de kaart en zoekt met betrokken partijen naar oplossingen voor de woningnood. Daarvoor verdient zij complimenten. De minister heeft echter maar beperkte zeggenschap over waar woningen gebouwd mogen worden. De samenwerking tussen de decentrale beslissers (gemeenten en provincies) moet verder verbeterd worden. Als zij er onderling niet uitkomen, moet de minister als mediator optreden en desnoods besluiten kunnen opleggen. Dit voorkomt dat beslissingstrajecten stagneren over waar gebouwd mag worden.
3.   Weg van discussie binnen- of buitenstedelijk bouwen
Er wordt veel gesproken over binnenstedelijk versus buitenstedelijk bouwen. Maar de discussie moet gaan over hoe we de woonopgave in een dorp, stad of regio op tijd gaan realiseren. We moeten hierbij eerst kijken naar binnenstedelijke locaties waar snel woningen gebouwd kunnen worden. We moeten echter onze ogen niet sluiten voor de acute woningnood en ook kijken naar bouwlocaties aan de rand van de stad.

“Laten we stoppen met vingerwijzen en samen kijken waar we op korte termijn woningen kunnen bouwen, zodat Nederlanders kunnen kopen en huren waar ze graag willen wonen”, concludeert Verhagen.

‘Gemeentelijke procedures grootste belemmering’

Ook uit onderzoek van NVB Vereniging voor ontwikkelaars & bouwondernemers blijkt dat problemen rondom gemeentelijke procedures de grootste belemmering zijn.  Daarnaast zijn er onvoldoende bouwlocaties en stapelen gemeenten niet zelden (dure) ambitie op (dure) ambitie als het gaat om nieuwbouwplannen. Projecten voor koopwoningen zijn volgens NVB daardoor steeds lastiger financieel haalbaar te maken, ook al vanwege de gestegen bouw- en grondkosten.

Enquête onder leden

Om meer inzicht te krijgen in de knelpunten, heeft NVB Vereniging voor ontwikkelaars & bouwondernemers in de periode maart-april 2019 een enquête onder haar leden gehouden. Gezamenlijk zijn de leden van NVB verantwoordelijk voor circa 75% van de nieuwbouwproductie in Nederland. Circa de helft van de aangesloten bedrijven deed mee aan dit onderzoek. Maar liefst 89% van de respondenten gaf aan knelpunten te ervaren bij het realiseren van nieuwbouwambities. 

Bekijk de volledige enquête op de website van NVB

Bron: EIB, NVB Bouw, amweb