Financieringsvoorbehoud wel of niet uitsluiten?

Tijdens het ING Hypotheekevent 2017 ontstond er een discussie tussen Paul Schuiling, senior toezichthouder AFM en Ger Jaarsma, voorzitter van de NVM. Schuiling vindt het absurd dat aan de verkopende kant het financieringsvoorbehoud als onderdeel van de onderhandeling wordt meegenomen. Jaarsma verdedigde de wetgeving over dit onderwerp juist, zo meldt InFinance.

Schuiling stelde dat de AFM met marktpartijen in gesprek wil gaan om consumenten te wapenen tegen de risico’s die door de gekte op de woningmarkt zijn ontstaan, en noemde het financieringsvoorbehoud hierbij als voorbeeld.  

Wetgeving

Jaarsma voelde zich aangevallen door deze opmerking en legde de geldende wetgeving uit: “Tot 1982 was de makelaar een partij die twee partijen aan elkaar verbond. Hij behartigde de belangen van zowel de koper als verkoper. Dat vond de wetgever niet goed en het stukje wetgeving dat dit regelde werd geschrapt, je kon tenslotte maar voor een partij werken.” Volgens Jaarsma kun je de makelaar van de verkopende partij dus niet verwijten dat de koper financiering onder voorbehoud weglaat. “Alle kopers zouden ook een makelaar in de arm moeten nemen om voor hun belangen op te komen. Dat gebeurt nu vrijwel niet.”

Onderlinge afspraken

Schuiling stelde echter dat makelaars onderling prima kunnen afspreken dat een voorbehoud van financiering nooit onderdeel mag zijn van de onderhandeling. Jaarsma stelde dat de wet hier dan wel voor aangepast dient te worden. “Een makelaar of hypotheekadviseur heeft uiteindelijk niets te vertellen. Het is de klant die bepaalt wat hij met een gegeven advies doet. Wij kunnen als makelaars niet iets afdwingen dat niet bij wet geregeld is. Een adviseur dient de belangen van degene die hem inhuurt zo goed als mogelijk is behartigen. Doet hij dat niet, dan is hij strafbaar.”

Bron: InFinance