Vastgoed Actueel Woonwijk

Gemeente wil gemengde wijk, van woonconsument hoeft dat niet

Een grote meerderheid van gemeenten, corporaties en ontwikkelaars willen woonmilieus met veel verschillende leefstijlen en culturen. De consument geeft daar echter absoluut geen prioriteit aan, blijkt uit onderzoek van ROm/Stadszaken, TU Delft en USP. Demograaf Jan Latten legt uit waarom.

Uit de enquête, die onder ruim 1.000 woonconsumenten en 300 vakprofessionals is afgenomen, blijkt dat de vakprofessional twee maal (61%) zo vaak belang hecht aan een woonomgeving met een ‘mix van leefstijlen en culturen’ dan de woonconsument (31%).

Nederlander heeft juist behoefte aan meer homogeniteit 

Diverse eerdere onderzoeken wijzen uit dat een meerderheid van de Nederlanders juist in een woonomgeving met gelijkgestemden woont. Jan Latten - hoogleraar sociale demografie aan de UvA - bespeurt in diverse analyses die hij samen met collega's Sako Musterd, Marjolijn Das en Wouter van Gent uitvoerde zelfs een behoefte aan méér homogeniteit. “De bevolking van Nederland wordt steeds diverser naar herkomst. Vanuit alle werelddelen zijn de afgelopen decennia mensen toegestroomd. Betekent dit dat woonbuurten gemengder en hechter worden? Volgens de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) valt dat laatste op buurtniveau best tegen. Hoe hoger de diversiteit naar herkomst van buurtbewoners, hoe lager de sociale cohesie volgens de WRR. Uit onderzoek van het CBS blijkt dat een hoge mate van sociale cohesie in de woonbuurt onze algemene tevredenheid met het leven extra kan verhogen. Dat leidt alvast tot een minpunt voor een buurt met veel diversiteit als we uitgaan van de bevindingen van de WRR.”

Soort zoekt soort

Latten heeft wel een verklaring voor waarom beleidsmakers blijkbaar meer waarde hechten aan een mix van leefstijlen en culturen dan bewoners zelf. Om eerst nog stil te staan bij de bewoners: “Onderzoek naar verhuisgedrag en diversiteit in de buurt qua inkomen laat zien dat bewoners met een inkomen dat afwijkt van het buurtgemiddelde vaker uit de buurt vertrekken. Hoe groter het verschil met buurtbewoners, hoe meer kans dat men uit de buurt vertrekt.”

Pas echt interessant is het volgens Latten om te kijken waar men dan naar toe verhuist. Het blijken buurten waar het eigen inkomen aanschuurt tegen het buurtgemiddelde in de nieuwe buurt. Latten: “Met andere woorden: soort zoekt soort, of het nu een lage inkomensbuurt is of een hoge. Het onbedoelde resultaat van individuele drijfveren in verhuisgedrag is blijkbaar inkomenssegregatie op het niveau van buurten.”

Sociaal homogene buurten lijken voordelen te bieden voor bewoners, vervolgt Latten. Zo stelden Hipp en Perrin (2009) vast dat een grotere diversiteit in inkomen, van leeftijd, huwelijkse status en de aanwezigheid van kinderen leidt tot een lagere verbondenheid met de andere buurtbewoners.

Latten: “In onze directe woonbuurt wonen we blijkbaar liever niet al te gemixt. Wonen onder gelijkgestemden heeft blijkens onze analyses de voorkeur. Uit het onderzoek van vakblad ROm/Stadszaken.nl, TU Delft en USP blijkt dat 31% van bewoners een woonbuurt met veel verschillende leefstijlen en culturen belangrijk vindt, tegenover 61% van de vakprofessionals. Bewoners gaan voor andere zaken zoals voorzieningen, groen, ruimte en lage woonlasten.”

Onbedoelde effecten

Onbedoeld leidt individueel verhuisgedrag volgens Latten op stadsniveau tot gesegregeerde buurten en wijken. “Welvarender, beter opgeleide blanke mensen wonen in mooie koopwoningen want zijn hoger opgeleid, immigranten uit derde wereldlanden en Hollands precariaat wonen in armere buurten met goedkopere huizen. Het is blijkbaar niet vanzelfsprekend dat we graag door elkaar wonen. En dat past niet bij het maatschappelijk gelijkheidsideaal van gelijke kansen. Dus hechten professionals - die het collectief belang behartigen - meer aan menging dan individuen zelf (61% vs 31%).”

Wilt u het volledige rapport lezen? U kunt het gratis rapport aanvragen via deze link

Bron: Stadszaken

 

Gerelateerd nieuws: