Verhuur

Het Geschil: Huurder toch laten betalen?

Er is de afgelopen paar jaar veel te doen geweest over artikel 7:417 lid 4 BW en 7:264 BW. De eerstgenoemde bepaling verbiedt het in rekening brengen van courtage aan de huurder als de makelaar voor beide partijen (huurder en verhuurder) bemiddelt. De tweede bepaling verbiedt het doorbelasten van een onredelijk voordeel voor de verhuurder of een derde ten nadele van de huurder.

Deze wettelijke regeling brak vele verhuurmakelaars op, die hun verdienmodel baseerden op de door huurders te betalen bijdragen. De rechter veroordeelde hen om die bedragen terug te betalen.

Praktijk

In de praktijk worden verschillende constructies bedacht om toch een verdienmodel op te tuigen. Daarbij tracht de verhuurmakelaar allerlei werkzaamheden door te rekenen aan de huurder. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 6 april 2012 (Ymere/Bewonersvereniging Nellestein) bepaald, - heel kort gezegd - dat dit slechts is toegelaten als er sprake is van een redelijke tegenprestatie van de makelaar. De huurder moet kunnen profiteren van de prestaties van de (verhuur)makelaar, zoals het aanbrengen van een naambordje voor de huurder, het regelen van een woonvergunning etc. Maar is het uw ambitie om dergelijke klusjes op u te nemen?

Gebreke aan duidelijke opdracht

Een van uw collega's probeerde toch dit verdienmodel uit. Hij ontwierp veertig 'acties' bij de verhuur, die volgens de makelaar ten goede zouden komen aan de huurder en hij daarvoor dus moest betalen. De rechter veegde dit echter van tafel bij gebreke aan een duidelijke opdracht van de huurder. Daarnaast was het twijfelachtig of de huurder van dat soort acties profiteerde. 

Vindplaats: uitspraak gerechtshof Amsterdam van 13 december 2016
ECLI:NL:GHAMS:2016:5375

Dit artikel komt uit Vastgoed 5, verschenen op 4 juli 2017.