Vastgoed actueel - gerechtshof

Kladje ongeldig verklaard als koopovereenkomst tussen familie

Het Gerechtshof Den Bosch zet een streep door een handgeschreven en door twee partijen ondertekende koopovereenkomst die leidde tot een familieruzie. Volgens de rechter kan het kladje niet doorgaan voor een rechtsgeldige schriftelijke koopovereenkomst. De ‘koper’ moet binnen twee weken het huis uit waarvan ze de sloten al liet vervangen en waarvan ze was begonnen met verbouwen. Dat meldt am:web.

De familieruzie waarover de rechter zich moest buigen draait om een koopovereenkomst van een man (verkoper) met de zus (koper) van de vrouw met wie hij een latrelatie onderhoudt. Deze vermeende koper heeft zich begin 2015 ingeschreven als bewoner van het huis dat dan al tien jaar eigendom is van de man. Op 12 mei 2017 ondertekent de vrouw en haar partner een koopovereenkomst en vraagt de ‘verkoper’ hetzelfde te doen. Die weigert.

Verbouwing

Vervolgens vervangt de vrouw de sloten van het huis en begint te verbouwen. De eigenaar verblijft op een camping en soms bij zijn vriendin, de zus van de vrouw. Zijn eigen huis kan hij niet meer in. Eind september verzoekt hij de vrouw schriftelijk zich uit te schrijven en het huis leeg te halen. Daarop hoort hij niets, met uitzondering van een bericht van de vader van de vrouw, dat de inmiddels meer dan vertroebelde verhouding illustreert. “Je krijgt twee weken de tijd om alles te regelen doe je dat niet maak ik je dood ongelukkig ik wacht je smorgen wel een keer op kom niet meer goed”, aldus de stukken bij de rechtszaak.

De man schakelt rechtsbijstandsverzekeraar DAS in en spant een kort geding aan. De vrouw beroept zich op een door haar zus – de vriendin van de verkoper – opgestelde koopovereenkomst. Dat is een handgeschreven contract ondertekend door beide partijen, nog voor de formele koopovereenkomst van mei 2017. Erin staan de gegevens van verkoper en koper en een overeengekomen prijs van € 160.000. Wat er verkocht wordt, staat niet genoemd. Volgens de DAS-jurist was er echter een mondelinge overeenkomst over een verkoopprijs van € 175.000. De vrouw zegt niet meer dan € 169.000 te kunnen financieren.

Ongelijk

De voorzieningenrechter stelt de man begin dit jaar in het ongelijk. Volgens de rechter verkeerde de vrouw toen zij met de verbouwingswerkzaamheden begon in de terechte veronderstelling dat de woning daadwerkelijk aan haar zou worden verkocht en geleverd. Het belang van de vrouw zou zwaarder wegen dan het belang van de man om weer over de woning te beschikken, aldus de uitspraak in het kort geding.

Handtekeningen 

In hoger beroep heeft de man echter meer succes. Volgens het Gerechtshof Den Bosch verplicht een mondelinge verkoopovereenkomst niet tot het tekenen van een schriftelijke overeenkomst. De handtekeningen onder het eerste, handgeschreven, koopcontract hebben voor de rechter geen waarde. Die doet het af als een kladje. In het stuk ontbreken gegevens zoals wie de kosten van de eigendomsoverdracht zou betalen en op welke datum de eigendomsoverdracht zou moeten plaatsvinden.

“Voorts bevatte het stuk kennelijk onjuiste althans onvolledige informatie over de kopende partij, nu de partner van [geïntimeerde] niet mede als koper is vermeld terwijl het kennelijk wel de bedoeling was dat hij mede als koper zou optreden. Tot slot is het feit dat het te kopen object in het geheel niet is vermeld, ook een relevante omstandigheid die maakt dat het stuk niet kan worden aangemerkt als een schriftelijke koopovereenkomst”, aldus het Gerechtshof.

Energierekening 

De man heeft vanwege de verslechterde verhoudingen helemaal geen behoefte meer om het huis aan de vrouw te verkopen, ook niet tegen de eerder mondeling overeengekomen prijs van € 175.000. Volgens het hof staat hem dit vrij.

De vrouw betoogt nog dat zij op grond van een huurovereenkomst in de woning zou mogen blijven wonen. Ook daarin geeft het hof haar geen gelijk. Ze heeft weliswaar de energierekeningen betaald, maar die kunnen niet beschouwd worden als huurbetalingen aan de man, aldus de rechter.

Dwangsom

De vrouw moet binnen twee weken het huis verlaten en te ontruimen en de sleutels aan de man overhandigen. Voor elke dag dat ze in gebreke blijft, geldt een dwangsom van € 250 tot een maximum van € 25.000.

Bron: am:web