75-plussers steeds vaker een koophuis

Koophuis wordt steeds meer de norm voor 75-plussers

De introductie van de hypotheekrenteaftrek heeft gewerkt. Koophuizen hebben ouderen vermogender dan ooit gemaakt. De invloed van 75-plussers op de huizenmarkt wordt steeds groter, zo meldt Wegwijs.

Eigenwoningbezit stimuleren

De hypotheekrenteaftrek moest het eigenwoningbezit stimuleren. De aftrekpost is al zo oud als de inkomstenbelasting, maar werd pas populair na de oorlog. Dat het heeft gewerkt, zien we nu terug in de statistieken. De nieuwste generatie ouderen is vermogender dan ooit en woont steeds vaker tot op hoge leeftijd in een koopwoning. Wat voor gevolgen heeft dat voor de woningmarkt?

Huren was de norm

In 2003 woonde nog maar 33 procent van de 75-plussers in een koophuis. Huren is lang de norm geweest. Dat is veranderd. In 2015 is het percentage woningbezitters in de leeftijdscategorie 75 en ouder opgelopen tot 44 procent. In absolute aantallen: van 236.900 huishoudens toen, tot 402.600 nu. Dat blijkt uit de Staat van de Volkshuisvesting van minister Ronald Plasterk.

Bovengemiddeld vermogend

65-plussers zijn volgens het rapport ook bovengemiddeld vermogend in vergelijking met de rest van Nederland. Tussen 2003 en 2015 nam het aantal ouderen met een hoog inkomen toe met 42 procent. Bovendien wordt ongeveer 35 procent van de ouderen gerekend tot de mensen een 'hoog vermogen', tegenover 20 procent van alle huishoudens in Nederland. Dat vermogen van ouderen is vaak opgebouwd met het eigenwoningbezit. En eens een koper, altijd een koper.

Woning wordt aangepast, niet kleiner

Lang werd verwacht dat mensen met het vorderen van de leeftijd vanzelf kleiner wilden wonen. Dat blijkt niet het geval. Het aanpassen van de eigen woning is goed op te brengen voor de vermogende ouderen van nu. De vraag is of dat leidt tot verdringing op de woningmarkt. Blijven jonge gezinnen vruchteloos zoeken naar een eengezinswoning omdat die massaal worden bewoond door ouderen?

Vraag naar betaalbare gezinswoningen

Dat valt mee. Vooral in de grote steden bestaat er een enorme vraag naar betaalbare gezinswoningen. Maar juist in die grote steden wonen ouderen relatief klein vergeleken met hun leeftijdgenoten in de provincie, blijkt uit gegevens van de minister. Een oudere die in de stad een koophuis verlaat, verlicht de druk dus meestal niet. Buiten de stad is de vraag naar eengezinswoningen minder groot.

Meer huizen door sterfte dan door nieuwbouw

Kun je wel andere conclusies trekken? Enigszins morbide: sterfte wordt een belangrijkere factor op de woningmarkt. Er komen nu al meer huizen op de markt door sterfte dan door nieuwbouw. Momenteel zijn dat nog voornamelijk huurwoningen. In de toekomst zal dat vanzelfsprekend verder verschuiven naar koophuizen. In 2050 worden jaarlijks 50.000 koophuizen op de markt verwacht vanwege het overlijden van de bewoner.

Geen uitzondering meer

Ouderen zijn vaker dan vroeger gewend om een eigen huis te bezitten. Op latere leeftijd een andere woning kopen is zeker geen uitzondering meer. 

Bron: Wegwijs