Minister niet direct akkoord met maand overgangstermijn hypotheeknormen

Minister van Binnenlandse zaken, Kajsa Ollongren, is geen voorstander van de overgangstermijn van één maand op de hypotheeknormen, dit schrijft het AM:WEB. De minister liet dit weten in een Kamerbrief die was gericht aan de Tweede Kamer. Ze gaat in gesprek met de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en de Tweede Kamer zal 11 december worden geinformeerd.

Vorige week behandelde de Tweede Kamer drie moties, waaronder een motie van de VVD-fractie die een oproep deed om hypotheekadviseurs en hun klanten toch één maand extra overgangstermijn te geven voordat ze moeten voldoen aan de nieuwe leennormen van 2018. Alle drie de moties, 'oversluiten in stappen', de beperking van de aflossingsverplichting en de overgangstermijn, werden aangenomen. Echter heeft vandaag Minister Ollongren laten weten geen voorstander te zijn van de overgangstermijn en wat die motie betreft een slag om de arm te houden. 

Eén maand respijt gevraagd

De VVD-fractie diende een motie in op de begroting van Binnenlandse Zaken laat de Hypotheekshop weten. Volgens de VVD komen huizenkopers in onzekerheid te zitten als hun hypotheekaanvraag over een kalenderjaar heen gaat. Er werd daarom opnieuw verzocht één maand respijt te bieden voor hypotheekadviseurs en hun klanten. De motie werd met maar liefst 150 stemmen vóór aangenomen. Tevens wordt de regering verzocht om opnieuw in gesprek te gaan met de branche om voor de komende jaren tot een werkbare oplossing te komen.

De verschillende adviesorganisaties en de NHG zouden graag zien dat het aanvraagmoment bepaalt welke leennormen van toepassing zijn. Op die manier heeft de klant vooraf duidelijkheid of hij de woning kan kopen. Voor het lopende jaar is de vraag wel of aanpassing nog haalbaar is. Veel geldverstrekkers hebben waarschijnlijk meer tijd nodig om hun systemen aan te passen.

Geen voorstander

Ollongren toont zich geen voorstander van de overgangstermijn. Zij schrijft onder andere in de brief, die ze verstuurde vóór de stemming van de motie: “Nu de interpretatie aangaande het toetsmoment al geruime tijd bekend is, is er geen aanleiding om dit jaar een overgangstermijn te hanteren. Er ligt een verantwoordelijkheid bij de kredietverstrekker om zorg te dragen voor spoedige doorlooptijden in het hypotheektraject en bij de consument wat betreft tijdige aanlevering van de benodigde stukken.” Haar woordvoerder laat nu weten dat ze in gesprek gaat met de AFM en dat ze op 11 december de Tweede Kamer informeert.

Motie 'oversluiten in stappen'

De tweede motie diende de CDA-fractie in. Hierbij wordt de regering opgeroepen om ‘oversluiten in stappen’ mogelijk te maken. Hiermee zou de consument, naast oversluiten en rentemiddelen, nog op een derde manier kunnen profiteren van de huidige lage rente. Hierbij zou de klant er voor kunnen kiezen om het boetevrije deel om te zetten naar de huidige rente. Voordeel hiervan is dat de klant tegen geringe kosten en werkzaamheden binnen een aantal jaar kan profiteren van fors lagere maandlasten.

Het grootste pluspunt is dat mensen met een aflossingsvrij deel de mogelijkheid krijgen om wat meer te gaan aflossen, bijvoorbeeld door omzetting in annuïteiten, waarbij de maandlasten niet of nauwelijks zullen stijgen. Interessant dus wanneer oversluiten of rentemiddeling niet interessant of haalbaar is, zoals bij mensen waar het huis van onder water staat, die niet beschikken over vermogen om een boete te betalen of waarvan de rente nog lang vaststaat. Zeker voor mensen waarvan de pensioenleeftijd nadert, kan gedeeltelijk omzetten zelfs de enige mogelijkheid zijn om de maandlasten op termijn betaalbaar te houden. En dat betekent een win-winsituatie, want ook de geldverstrekker is erbij gebaat als er meer wordt afgelost, en de maandlasten betaalbaar blijven. DNB riep onlangs geldverstrekkers op om consumenten met een aflossingsvrij deel actief te gaan ondersteunen bij het aflossen.

Aflossingsverplichting beperken

De derde motie die vorige week werd aangenomen, is die waarin SGP en Groen Links het kabinet oproepen te onderzoeken of de aflossingsverplichting kan worden beperkt tot 70 procent van het hypotheekbedrag. De vraag die opkomt is in hoeverre consumenten echter gebaat zijn bij volledig aflossen van hun hypotheek. Deze eis vormt namelijk een wezenlijk verschil met de situatie van huurders, die bijvoorbeeld ook na pensionering een huurverplichting houden.

Net als bij de keuze van hoe lang de rente moet worden vastgezet, is ook de vraag ‘hoeveel af te lossen’ deels een gevoelskwestie waarop geen goed of fout antwoord is te geven. Uiteraard moet de betaalbaarheid nu en in de toekomst altijd het uitgangspunt zijn. Mogelijke financiële risico’s en de totale hypotheeklasten over de hele looptijd dienen goed in kaart te worden gebracht. Maar in de basis zou meer of minder aflossen vooral een persoonlijke keuze moeten zijn. Met een hypotheek die op maat wordt gemaakt, kan aflossen worden afgestemd op het sparen via pensioenpremie of andere uitgaven. Hierdoor wordt voorkomen dat met name starters geconfronteerd worden met zware lasten als gevolg van hun levensfase en allerlei spaarverplichtingen.

Bron: AM:WEB en Hypotheekshop