Hypotheekrenteaftrek

Versnelde afbouw hypotheekrenteaftrek

Het nieuwe kabinet, dat naar verwachting op 10 oktober het regeerakkoord presenteert, heeft besloten de hypotheekrenteaftrek vanaf 2020 - in plaats van met 0,5 procent per jaar - versneld af te bouwen met 3 procent per jaar naar 37 procent in 2023.

Dat heeft de NOS vernomen uit bronnen rond de onderhandelende coalitiepartijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie en wordt bevestigd in andere landelijke media. Het gaat om het aftrektarief voor huizenbezitters met een inkomen vanaf 68.000 euro die in het hoogste belastingtarief vallen. Op dit moment mogen ze 50 procent van de betaalde hypotheekrente aftrekken van hun belastbaar inkomen. Dat wordt in stappen van maar liefst 3% vanaf 2020 versneld afgebouwd tot het laagste tarief van 37%.

Compensatie voor gros huiseigenaren

Dat betekent een groot nadeel voor de mensen met hogere inkomens, vanaf ongeveer €70.000 per jaar bruto. Die gaan er waarschijnlijk enkele honderden euro’s op achteruit, aldus de eerste berekeningen van de NOS. Politieke bronnen stellen dat huizeneigenaren onder die grens volledig worden gecompenseerd door verlaging van het eigenwoningforfait - heffing voor woningbezitters gebaseerd op de WOZ-waarde - en de inkomstenbelasting. Het voornemen van het nieuwe kabinet is om een sociale vlaktaks te introduceren. Daarmee zouden de huidige vier belastingschijven worden vervangen door een schijf van 37% en een van 49% voor inkomens vanaf 70.000 euro.

Met deze versnelde verlaging lijkt de VVD bakzeil te halen. De liberalen hadden eerder beloofd niet verder te morrelen aan de hypotheekrenteaftrek. De Volkskrant stelt dat het nieuwe kabinet met de forse versnelling van de afbouw de gok neemt dat huiseigenaren de “electoraal kwetsbare verlaging van de aftrek accepteren, omdat ze in de portemonnee merken dat ze daarvoor exact worden gecompenseerd.”

Afbouw sinds 2014

Al sinds januari 2014 wordt de hypotheekrenteaftrek elk jaar met 0,5 procentpunt afgebouwd. Daardoor is de maximale aftrek intussen gedaald van 52 procent naar 50 procent. Die daling wordt nu dus versneld doorgezet. In plaats van in het jaar 2042 wordt het streeftarief bijna twintig jaar eerder bereikt.

2018: verlaging met 0,5 procentpunt tot 49,5 procent
2019: verlaging met 0,5 tot 49 procent
2020: verlaging met 3 tot 46 procent
2021: verlaging met 3 tot 43 procent
2022: verlaging met 3 tot 40 procent
2023: verlaging met 3 tot 37 procent

Schatkist van de Staat

In totaal kost de huidige hypotheekrenteaftrek de schatkist 11 tot 12 miljard euro per jaar aan belastingteruggaven voor alle huizenbezitters. De Staat zal met deze plannen miljarden minder kwijt zijn aan de aftrek. Uit de Miljoenennota van 2018 bleek half september dat de Rijksoverheid in 2018 10,1 miljard euro moet betalen aan renteaftrek. Dit jaar is dat nog 10,6 miljard euro. In 2013 was dat nog zo’n 14 miljard euro. Het eigenwoningforfait zal de Staat volgend jaar 3,3 miljard euro opleveren.

Tegemoetkoming coalitiepartners

De coalitiepartners komen hiermee tegemoet aan zorgen van DNB, IMF, Oeso en de Europese Commissie. De volledige aftrek leidt volgens deze instellingen tot te hoge particuliere schulden en in geval van een nieuwe huizencrisis tot financiële instabiliteit van Nederland. Naar verwachting zullen de coalitiepartners VVD, CDA, D66 en ChristenUnie volgende week het nieuwe regeerakkoord presenteren. Pas dan weten we zeker of het hoge H-woord er eindelijk uit is.

Lees hier nog meer over het regeerakkoord

Ontwikkelaars positief over het regeerakkoord
'Geen aandacht voor starters in regeerakkoord'
VBO Makelaar waarschuwt voor tegenstrijdig woningmarktbeleid
Afgelost huis weer belast: richting een eigendomsneutraal woningmarktbeleid?