Vastgoed Actueel app

Wooncorporaties lanceren Tinder voor huizenmarkt

26 wooncorporaties in Amsterdam, Utrecht en Haarlem hebben de app Huisjehuisje gelanceerd. Huurders die zijn uitgekeken op hun huis, kunnen deze aan de hand van de app ruilen met een andere huurder. Aanleiding is dat de corporaties vaak van huurders horen dat ze wel willen verhuizen, maar dat dit door lange wachttijden niet mogelijk is. ,,Woningruil biedt kansen om toch een passende woning te vinden én door te stromen”, zo laten de corporaties weten.

Huisjehuisje lijkt op de datingapp Tinder, met een vleugje Airbnb. Vooraf delen huurders wat persoonlijke gegevens, aangevuld met foto’s van hun eigen woning. "Bij een aantal corporatiewoningen gebeurt dat automatisch, tot aan de nieuwe huurprijs toe”, aldus de corporaties. Hierna is het een kwestie van al swipend woningen liken of afkeuren.

Match

Ontstaat er een match tussen twee huurders, dan kunnen ze aan de hand van de chatfunctie een afspraak maken om elkaars huis te bezichtigen. Vervolgens kan bij gezamenlijk goedkeuren de woningruil beginnen. De app is gratis, al rekenen sommige verhuurders tussen de 25 en 50 euro administratiekosten als de ruil doorgaat.

Verhuurder

Huisjehuisje is alleen beschikbaar voor mensen die zelf een huurhuis in de aanbieding hebben. Het maakt niet uit of dit een sociale huurwoning is, of een in de vrije sector. Uiteindelijk beslist de verhuurder of de woningruil daadwerkelijk mag plaatsvinden. Is de woningcorporatie bij de app aangesloten, dan is ruilen helemaal makkelijk. ,,Voldoe je aan de voorwaarden, dan staat niets een woningruil en verhuizing in de weg,” schrijven de corporaties.

Starters

De app is dus handig voor mensen die de lange wachtlijsten op de huurmarkt willen omzeilen. Maar op deze manier komen starters, die nog geen woning aan te bieden hebben, verder op achterstand. Pieter Schippers van Ymere, die de app namens de wooncorporaties ontwikkelde, erkent dit. "Elke oplossing creëert wel weer een nieuw probleem. Het is wel zaak dat goed in de gaten te houden”, zo vertelt hij aan het Parool.