München is de duurste stad om te wonen

Woonlasten gestegen tot boven acceptatiegrens

Wonen wordt duurder. De gemiddelde woonlasten voor Nederlanders stegen in 2016 tot 37% van het huishoudensinkomen, en dat is 3% meer dan bewoners bereid zijn te betalen. Bij de Duitsers (thans 33%) en de Fransen (thans 35%) vallen de woonlasten nog net binnen de acceptatiegrens, maar niet veel. Ook in Polen is de grens van de draagkracht bereikt (32%). Dit blijkt uit onderzoek van BPD onder 4.000 consumenten in vier landen. 

Woonlasten problematisch

In Nederland, Polen en Duitsland geven consumenten aan behoefte te hebben aan nieuwe woningen, in Frankrijk is de stemming iets gematigder. BPD leidt uit het onderzoek af dat de kosten van wonen in alle landen een probleem vormen, met name in de stad. 'Zowel de grondprijzen als de bouwkosten nemen overal toe, alsmede strengere overheidsregels op het gebied van o.a. energiezuinigheid en veiligheid. Daarbij heeft de krapte op de woningmarkt een extra prijsopdrijvend effect.'

München het duurst, Nederland goedkoopst

In Duitsland zijn de prijzen veruit het hoogste. In vrijwel alle delen van het land kost een gemiddelde nieuwbouwwoning meer dan in Frankrijk en Nederland. München is met 8.000 euro/m² koploper. Woningen onder de 4.000 euro/m² zijn in Duitsland amper te vinden. In Nederland liggen de prijzen in verschillende regio's dichter op elkaar, gemiddeld tussen de 2.900 euro/m² tot ruim 3.600 euro/m² in Amsterdam. In Frankrijk is Parijs zoals verwacht de duurste plek om te wonen.

'Diversiteit in de stad loopt gevaar'

"De stijgende woonlasten zijn een zorgpunt", aldus Desirée Uitzetter, directeur Gebiedsontwikkeling bij BPD. "Met name in de grote steden dreigt wonen voor de lagere inkomens onbetaalbaar te worden. Ook voor middeninkomens dreigen koopwoningen in centrumstedelijke locaties onbetaalbaar te worden. Dat komt de diversiteit uiteraard niet ten goede. Het is een taak van de overheid én marktpartijen om wonen voor iedereen toegankelijk te houden. "

Bevolkingsstructuur wijk van groter belang

Het consumentenonderzoek duidt ook een aantal andere nieuwe ontwikkelingen. Zo is bij de locatie- en woonkeuze de aanwezigheid van voldoende parkeerplaatsen minder belangrijk geworden. Door de groei van het aandeel een- en tweepersoonshuishoudens daalde het belang van de ligging van scholen als locatiefactor. Woningzoekenden hechten wel meer belang aan de bevolkingsstructuur van de wijk. De maatschappelijke discussie over de sociale menging van woonwijken heeft hier een steentje aan bijgedragen. Ook wordt het criterium ‘dichterbij het stadscentrum wonen' steeds belangrijker.

Dorp overal minder populair

Het wonen in grote metropoolsteden ( > 500.000 inwoners) is vooral populair in Frankrijk, Duitsland en Polen; in Nederland, waar slechts twee echte metropoolsteden bestaan, willen woningzoekenden ook graag in kleinere en middelgrote stad wonen. De belangstelling voor het wonen in dorpse milieus daalt het sterkst in Duitsland, maar ook het aandeel  Nederlanders met voorkeur dorpse milieus lijkt af te nemen.

Nederlander wil het grootst wonen

Ook al heeft hij niet de grootste beurs, opvallend genoeg wil de Nederlander wel het grootst wonen: de gemiddelde gewenste woonoppervlakte is 110 m². Fransen nemen genoegen met slechts 74 m², Duitsers met 89 m². De Duitser blijft de voorkeur geven aan een huurwoning en vindt nieuwbouw niet zo belangrijk. Fransen, Nederlanders en Polen willen liever kopen.

Appartement wint populariteit

Duitsers huren het liefst een appartement. De voorkeur van Fransen en Polen gaat uit naar een eigen eengezinshuis, waarbij in Nederland het rijtjeshuis nog steeds zeer gewild is. Opvallend is dat de populariteit van appartementen ook in deze drie de landen toeneemt. In Nederland lijkt ook het wonen in hoogbouw (> 8 etages) steeds meer mensen aan te trekken.

Over het onderzoek 

BPD presenteert vandaag het onderzoek ‘Duitsland, Frankrijk, Nederland. Woningmarkten in vergelijking 2016' op de vastgoedbeurs Expo Real in München. Ruim 4.000 consumenten in de vier landen gaven in mei 2016 hun mening over woningmarktthema's en hun woonvoorkeuren. Dit onderzoek vond voor de derde keer plaats in Duitsland, Frankrijk en Nederland; dit jaar is Polen toegevoegd.