Vastgoed actueel - ING

'Zonnepanelen met snellere terugverdientijd zijn een stuk gewilder'

Wanneer de helft van de Nederlandse huishoudens (47 procent) binnen 5 jaar de kosten van zonnepanelen terugverdienen, willen ze deze stap zetten. Van de noodzaak van hogere energiebelastingen is slechts een klein deel overtuigd. Dat blijkt uit onderzoek via de ING Vraag van Vandaag onder gemiddeld 38.000 respondenten.

Het klimaatakkoord voorziet in maatregelen om de woning te isoleren en energie te besparen, hogere belastingen op gas en een terugleversubsidie voor huishoudens die zelf energie opwekken. Deze maatregelen raken de portemonnee van de consument. Daarom peilde ING Economisch Bureau de mening van de consument.

Grote interesse 

Als zonnepanelen binnen 10 jaar kunnen worden terugverdiend, zegt ruim een derde (36 procent) ze aan te schaffen. Wordt de terugverdientijd verkort naar 5 jaar dan is bijna de helft (47 procent) bereid ze aan te schaffen. Ondanks dat de meerderheid liever een terugverdientijd van 5 jaar of korter heeft, lijkt er dus nog steeds een grote groep bereid zonnepanelen aan te schaffen onder de nieuwe regeling. Een subsidie op de aanschaf van zonnepanelen vindt een overgrote meerderheid logisch. Ruim driekwart (78 procent) ziet daarbij een rol voor de overheid.

Energiebesparende maatregelen

Structureel daalt het energieverbruik per Nederlander. Tussen 2000 en 2016 met 18 procent volgens de meest recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Energie besparen staat voor bijna de helft van de consumenten op de agenda. Ruim 45 procent geeft aan de afgelopen 12 maanden energiebesparende maatregelen te hebben genomen. Dat consumenten energiezuinigheid belangrijk vinden, is niet zo gek. De kosten voor energie nemen een belangrijke hap uit hun huishoudbudget, gemiddeld genomen zo’n 5 procent. 

Hogere energiebelasting

Van de noodzaak van hogere energiebelastingen in het algemeen is de overgrote meerderheid niet overtuigd. Twee derde (66 procent) van de ondervraagden vindt hogere energiebelastingen niet noodzakelijk. Slechts één op de zeven (17 procent) vindt hogere belastingen op energie wel nodig. Op hogere belastingen zitten consumenten vaak niet te wachten. Toch geldt hier eens te meer: voor niets gaat de zon op. De transitie naar een co2-arme economie vergt veel investeringen in bijvoorbeeld windmolens, zonnepanelen en isolatie. Uiteindelijk zullen we die kosten van de energietransitie met zijn allen moeten opbrengen. Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft onlangs uitgerekend dat de kosten van de transitie ongeveer 2,5 miljard in 2030 bedragen. Dat komt neer op zo'n 30 euro per maand per huishouden. Het is daarom niet onwaarschijnlijk dat energiebelastingen op termijn gaan stijgen.

Gerben Hieminga: “Een grote groep consumenten wil graag iets doen voor het klimaat, maar wil er liever niet extra voor betalen. Dat is geen realistische opstelling voor het behalen van de klimaatdoelen. De transitie kan de consument op termijn tot 30 euro per huishouden per maand kosten.”

Bron: ING