kwartaalcijfers van Pararius

De gemiddelde vierkantemeterprijs van vrijesectorhuurwoningen die in het eerste kwartaal van 2020 vrijkwamen voor nieuwe huurders is met 2,6% gestegen. Sinds het tweede kwartaal van 2015 werd niet zo’n kleine prijsstijging gemeten, blijkt uit de nieuwste kwartaalcijfers van Pararius.

De gemilddelde prijs per m2 voor een vrijesectorhuurwoning is nu €16,75. Pararius presenteert elk kwartaal de ontwikkeling van de huurprijzen in de Huurmonitor. De matige prijsstijging ligt in de lijn der verwachting: sinds het derde kwartaal van 2018 stijgt de gemiddelde landelijke huurprijs voor nieuwe huurders met niet meer dan 5 procent.

Voor veel grote en middelgrote steden gold dat de huurprijzen het afgelopen kwartaal met niet meer dan 4% stegen. In voorgaande kwartalen waren deze huurprijsstijgingen een stuk hoger. Daarmee lijkt een huurplafond in vrijwel alle steden in zicht.

Kleinste stijging huurprijzen in Amsterdam

Van de vijf grootste steden van Nederland was de prijsstijging in Amsterdam het kleinst. In deze stad, nog altijd de duurste van Nederland, werd afgelopen kwartaal de kleinste procentuele prijsstijging gemeten sinds het vierde kwartaal van 2017. Nieuwe huurders betaalden in Amsterdam per m2 gemiddeld € 23,51 per maand, 1% meer dan hetzelfde kwartaal vorig jaar, blijkt uit de kwartaalcijfers van Pararius. Eerder leken de verkoopprijzen in Amsterdam al af te vlakken.

In Utrecht betaalden nieuwe huurders € 17,90 per m2 per maand (+3,7%) . De procentuele prijsstijging in Den Haag is vergelijkbaar met Utrecht, 3,6%. Nieuwe huurders betaalden in het eerste kwartaal van 2020 € 16,53 per m2. In Rotterdam stegen de huurprijzen volgens de kwartaalcijfers van Pararius met 1,2%. In Eindhoven was een daling van 3,4% zichtbaar.

Gevolgen van de coronacrisis

Wat de gevolgen van de coronacrisis zullen zijn voor de vrijesectorhuurmarkt op langere termijn hangt voor een groot deel af van de ontwikkelingen op de koopmarkt. De Groot: “Er kan een aantal aanbodvergrotende en vraagvertragende bewegingen plaats gaan vinden. Mensen die voorheen twijfelden over het wel of niet te koop zetten van hun woning, zullen de verkoop nu misschien juist wel doorzetten uit angst voor een daling van de verkoopprijzen.” Deze beweging zal leiden tot meer woningaanbod.

Voor de huurmarkt kan deze beweging betekenen dat het huuraanbod toeneemt en de huurprijzen in zullen dalen. De Groot: “Verhuurders die tijdens de hoogconjunctuur nog eenvoudig konden verhuren aan de vele expats moeten hun huuraanbod nu aantrekkelijk prijzen om leegstand te vermijden. Bovendien concurreren zij met verhuurders die onder betere economische omstandigheden niet zouden kiezen voor verhuur. Om leegstand bij een stokkende huurmarkt (meer aanbod, minder vraag) te beperken heeft een verhuurder in principe maar twee instrumenten die hij kan toepassen: de verhuurder kan de woning verbeteren door te renoveren of hij kan de huurprijs verlagen.”