Rabobank verwacht dubbele groeicijfers huizenprijzen

1037
huizenprijzen

De gemiddelde stijging van de huizenprijzen komt dit jaar uit boven de 10%. Dat verwachten economen van Rabobank. De stijging komt vooral door gunstigere economische vooruitzichten en prijsopdrijvende prikkels, zoals ruimere leennormen en afschaffing van de overdrachtsbelasting voor starters.

Dat blijkt uit het nieuwe Kwartaalbericht Woningmarkt van het economisch bureau RaboResearch. De huizenprijzen stijgen dit jaar met gemiddeld 10,9% ten opzichte van 2020.

Het totale aantal verkochte woningen ligt in heel 2021 waarschijnlijk op circa 234.000, een fractie minder dan vorig jaar. Dit aantal zal volgend jaar dalen tot zo’n 218.000 transacties. In 2022 stijgen de huizenprijzen naar verwachting gemiddeld nog 4,6%.

Flevoland dubieuze eer

De prijsindex bestaande koopwoningen is de afgelopen maanden het hardst gestegen in bijna twintig jaar tijd. In april waren huizen in Nederland 11,5% duurder dan een jaar eerder. Rabobankeconoom Stefan Groot blikt terug: “Eind jaren negentig en kort na de eeuwwisseling stegen de huizenprijzen procentueel nóg harder, maar in euro’s uitgedrukt zijn de prijsstijgingen van de voorbije maanden de grootste ooit gemeten op de Nederlandse koopwoningmarkt. In een jaar tijd steeg de gemiddelde prijs met zo’n 40.000 euro.”

Vooral in Flevoland en Drenthe stegen de huizenprijzen hard, blijkt uit het kwartaalbericht. De prijsindex lag er respectievelijk 13,8 en 13,3% hoger dan een jaar eerder, tegenover 10,3% voor Nederland gemiddeld. Groot: “Ook in euro’s uitgedrukt had Flevoland in het eerste kwartaal de dubieuze eer om de prijzen het hardst te zien stijgen van alle provincies. In Flevoland – een belangrijke uitwijkregio voor steden als Amsterdam, Utrecht en Amersfoort – stegen de huizenprijzen de afgelopen jaren veel harder dan gemiddeld. Ook in Drenthe stijgen de huizenprijzen nu hard, maar daar zijn woningen naar schatting zo’n 20% goedkoper dan gemiddeld in Nederland.”

“In euro’s uitgedrukt zijn de prijsstijgingen van de voorbije maanden de grootste ooit gemeten”

– Rabo-econoom Stefan Groot

Dit jaar naar verwachting 10,9% hoger

De econoom verwacht dat de huizenprijzen dit jaar gemiddeld 10,9% hoger zullen liggen dan in 2020. Groot: “Dat betekent dat een gemiddeld huis zo’n €36.000 duurder zal zijn dan vorig jaar. Daarmee stijgen de huizenprijzen in 2021 duidelijk harder dan in 2019 en 2020. Dit jaar wordt naar verwachting ook het eerste jaar sinds 2001 waarin over het hele jaar gemiddeld sprake zal zijn van prijsgroei in dubbele cijfers. Volgend jaar valt de verwachte stijging van huizenprijzen met 4,6% bescheidener uit.”

Groot legt uit dat de Rabo-economen hun verwachtingen hebben bijgesteld ten opzichte van het vorige Kwartaalbericht. “Toen voorspelden we een stijging van 8,0% voor dit jaar en van 4,0% voor volgend jaar. Maar de woningmarkt heeft de afgelopen kwartalen duidelijk aan momentum gewonnen. Naast prijsopdrijvende prikkels, zoals de veranderingen in overdrachtsbelasting en versoepeling van de leennormen, vormen gunstigere macro-economische vooruitzichten een belangrijke verklaring voor de bijstelling. De Nederlandse economie blijkt nog robuuster dan we eerder voorzagen en de werkloosheid is de afgelopen maanden verder gedaald, en zal naar verwachting ook minder hard oplopen dan eerder gedacht.”

Fear of missing out

Maar er is nog een reden waarom de woningmarkteconomen hun prognose opwaarts hebben bijgesteld, gaat Groot verder. “Dat is dat het zeer lage aantal te koop staande woningen en de korte doorlooptijd naar ons idee sterk het gevoel van een fear of missing out stimuleren, ofwel de angst om achter het net te vissen. Huizenkopers gaan daardoor nóg agressiever bieden. In een krappe markt worden woningen vaker per opbod verkocht, waarbij het de kunst is om met een concurrerende vraagprijs zoveel mogelijk gegadigden aan te trekken. Een verkrappende woningmarkt gaat hierdoor gepaard met extra stijging van huizenprijzen. Ook maakt een krappe markt het voor doorstromers, die steeds minder keuze hebben, lastiger om een nieuwe woning te vinden. Hierdoor stellen sommige potentiële doorstromers hun verhuizing uit. Dit verergert de krapte op de woningmarkt.”