maandag, januari 20, 2020
Home Dossiers Juridische zaken en regelgeving Rechtbank houdt NVM makelaar niet aansprakelijk voor meetfout

Rechtbank houdt NVM makelaar niet aansprakelijk voor meetfout

83

De rechtbank Den Haag houdt een NVM-makelaar niet aansprakelijk voor een meetfout in de verkoopbrochure van een woning. Dit omdat het huis uiteindelijk meer waard bleek dan de aankoopprijs. Een en ander blijkt uit het rechterlijk vonnis dat eind december vorig jaar werd gepubliceerd.

Onjuist opgegeven woonoppervlak

De rechtbank bepaalde dat de koper van de woning geen schade had geleden door een onjuist opgegeven woonoppervlak in de brochure. In de bodemprocedure had een onafhankelijke deskundige een meetverschil van maar liefst 22,5 m2 geconstateerd. De NVM-makelaar had 295 m2 opgegeven, maar hield geen rekening met een deels schuin dak op de 2e verdieping. Zowel de koper -de eiser- als de gedaagde makelaar konden zich vinden in de conclusies van de deskundige. De rechtbank oordeelde dat er sprake was van een onrechtmatige daad van de makelaar. Een NVM-makelaar moet zich houden aan de zogeheten NVM-meetinstructie. Deze instructie is sinds 2010 van kracht.

Geen schadevergoeding

Desondanks hoeft de makelaar geen schadevergoeding te betalen, omdat de marktwaarde van de woning bij moment van aankoop in 2016 700.000 euro bedroeg. De toenmalige koper betaalde voor de woning 685.000 euro. De eiser verkocht de woning later zelfs voor 850.000 euro. De rechtbank wees derhalve de vordering af.

Meetfouten komen vaker voor

Overigens blijken meetfouten door makelaars vaker voor te komen, gezien enkele arresten uit het recente verleden. In 2018 werd een makelaar wel financieel aansprakelijk gesteld voor een meetfout ter grootte van 9 m2. De Hoge Raad wees het beroep van de makelaar op een zogeheten exconeratieclausule in de verkoopbrochure af. Een dergelijke beding bepaalt dat een makelaar niet financieel aansprakelijk kan worden gesteld voor een onrechtmatige daad. Ook de vermelding dat aan de verkoopbrochure geen rechten ontleend kunnen worden, maakte geen indruk op de Hoge Raad.

Bron: Rechtbank den Haag