WhatsApp overeenkomst

Een WhatsAppje met een akkoord is een geldige overeenkomst als een particulier zijn woning verkoopt aan een professionele vastgoedhandelaar. Wel moet de handelaar daarbij volgens het Gerechtshof Amsterdam de verkopers voldoende bedenktijd gunnen.

Dat gebeurde niet in het geval van een Brabantse opkoper die in een rechtszaak met verkopers verwikkeld raakte. Het draait in de kwestie om een stel dat snel van hun woning af wil, omdat ze een andere woning hebben gekocht en daardoor met dubbele hypotheeklasten zitten. VDN Vastgoed uit het Brabantse Chaam doet hen op 14 december 2018 het aanbod de woning te kopen voor € 285.000 plus 60% van de meeropbrengst bij doorverkoop. De verkopers hebben daarbij aangegeven dat ze mikken op een (door)verkoopprijs van € 435.000, maar hopen op een minimale opbrengst van € 400.000.

Weekendje weg

Het stel gaat na het aanbod een weekendje weg en geeft via WhatsApp akkoord op de overeenkomst die nadien nog schriftelijk door de notaris zal worden vastgelegd. Na het weekendje weg komt er echter een kink in de kabel als Rabobank, waar de verkopers een overbruggingskrediet hebben lopen, geen toestemming geeft voor de constructie. Het stel geeft bij VDN aan van de overeenkomst af te zien en ziet als enige optie dat de VDN de woning koopt voor € 392.000, waarmee het overbruggingskrediet in één keer kan worden afgelost.

Wegvallen transactie

Het vastgoedbedrijf gaat hier niet mee akkoord en stelt de verkopers aansprakelijk voor de schade door het wegvallen van de (door)verkooptransactie. In de tussentijd heeft het stel de voormalige eigen woning alsnog met behulp van een makelaar en via Funda verkocht voor € 400.000. VDN meent recht te hebben op 40% van de meeropbrengst boven de kale prijs van € 285.000 die zij als aanvankelijke koper had bedongen. Dat gaat om een bedrag van € 46.000.

Financiële omstandigheden

De rechtbank geeft de opkoper gelijk in zijn handelswijze, maar matigt de schadevergoeding tot € 8.000 met een verwijzing naar de financiële omstandigheden van het stel. Net als VDN gaan de verkopers in beroep tegen de uitspraak. Volgens het stel heeft de opkoper verzuimd te voldoen aan de schriftelijkheidsvereiste die geldt bij overeenkomsten waarbij een consument moet opboksen tegen een professionele partij. Volgens het Gerechtshof Amsterdam geldt deze vereiste in dit geval niet. De verkopers hadden zichzelf volgens het Hof dus beter moeten informeren. Anders dan de rechtbank ziet het Hof geen reden om de schadevergoeding richting het vastgoedbedrijf te matigen op grond van de financiële situatie van het stel.